woensdag 26 oktober 2011

Ik kom in opstand, dus wij zijn

Hans Achterhuis mengt zich in het debat
De Denker des Vaderlands, Hans Achterhuis, sprak zich op zaterdag 22 oktober 2012 in Trouw uit over de Occupy Wall Street acties. Hij verwijst naar een 'oude bekende', tenminste voor hem, want hij promoveerde ooit (eind jaren zestig) op de Franse schrijver en filosoof Albert Camus. Het artikel heeft als kop Ik kom in opstand, dus wij zijn. Klik hier voor het volledige artikel.

Achterhuis mengt zich met dit stuk in het publieke debat. En maakt waar wat hij zich voornam toen hij in het voorjaar door het Filosofie Magazine uitgeroepen werd tot 'De denker des vaderlands'. Hij zou zich niet meteen in elk debat mengen, maar pas nadat hij 'het een tijdje van een afstand had aangekeken'. Dat doet hij nu. Weken, maanden nadat her en der op de planeet gewone burgers in verzet zijn gekomen. Waartegen is nog steeds niet duidelijk, maar zeker is dat ze ergens tegen zijn. Uiteenlopende zaken, maar zelfs voor de matig geïnteresseerde toekijkers is duidelijk dat ze 'hét' zat zijn. Ze zeggen feitelijk 'Nee', zonder precies te weten wat ze willen veranderen.

Eerst Nee, dan (wellicht) Ja zeggen
Dat is meteen de kern van de bijdrage van Hans Achterhuis. Voordat je als mens - die in opstand komt - kunt formuleren wat je precies wilt, moet je eerst op zeker moment een streep (voor je zelf) trekken. Nee zeggen, dus. Gevoelsmatig. En dat ziet hij alom in de wereld gebeuren.


Albert Camus
Vervolgens trekt hij deze gedachte door naar een oude bekende, Albert Camus. De Algerijns-Franse schrijver en filosoof en Nobelprijswinnaar die in 1960 op veel te jonge leeftijd verongelukte. Hans Achterhuis haalt in zijn artikel het belangrijkste (filosofische) boek van hem naar voren, L'homme révolté uit 1951. In de nederlandse vertaling heet het De mens in opstand.


En andere reactie als van (sommige) collega intellectuelen
Hans Achterhuis stelt zich grootmoedig op tegenover deze amorfe, internationale OWS-groep. Hij begrijpt hun Nee. Doet het niet af als quasi revolutionair 'gedoe'. Het woord lifestyle werd zelfs door (Bas Heijne) gebezigd. Hij begrijpt dat er een verandering in de lucht hangt. Dat mensen zich op pleinen verzamelen en feitelijk alleen (nog) maar kunnen zeggen dat ze 'het' zat zijn. Hij snapt dat er niet meteen een pasklaar verhaal komt. Is. Waarachter die massa zich massaal kan en zal scharen. Hij snapt ook dat zo'n verhaal er waarschijnlijk ook niet zal komen. De wensen van de groep zijn daarvoor te divers, maar links of rechts zal er een change komen. Na het nee, volgt in de gedachte van Achterhuis (en Camus) een Ja. Maar, niet té snel met een ja komen. Wellicht een aarzelend Yes, .... we can.

Burgers van stavast
Een kenmerk van burgers van stavast is - in de visie van degenen die hem of haar naar voren hebben gehaald - dat hij of zij vooral lokaal het verschil zal proberen te maken. Daarmee past hij of zij op het eerste gezicht niet bij die Occupy Wall Street-massa. Een belangrijk kenmerk van de OWS-ers is dat ze met z'n allen iets doen. Nee zeggen. Pleinen bezetten. Maar waarschijnlijk realiseren zij zich als geen ander dat er een moment komt dat ze terug moeten naar waar ze vandaan komen. En daar zullen ze gestimuleerd door dat massagevoel proberen lokaal iets te veranderen. En veranderen ze in burgers van stavast.

Enkele citaten
Een opstand begint altijd met dit gevoel: 'Ik pik het niet.' In dit nee-zeggen zit ook altijd een positieve waarde verborgen: je zegt nee in naam van die waarde, die je gerespecteerd wilt zien. Maar heel het boek van Camus is doortrokken van het gevaar om te snel 'ja' te zeggen.

Er is een verschil tussen opstand en revolutie.
"De opstandige beweging is aanvankelijk een verandering van richting. Ze is niet meer dan een getuigenis zonder samenhang. De revolutie begint daarentegen vanuit de idee. Om precies te zijn, ze is de implanting van de idee in de ervaring van de geschiedenis, daar waar de opstand alleen de impuls is die van de ervaring tot de idee leidt.

De beroemde slotzin van het eerste hoofdstuk luidt naar analogie van het Cogito van Descartes 'ik kom in opstand, dus wij zijn'. Camus drukt hiermee de nog vage, maar onmiskenbare positieve waarde van het gezamenlijke verzet uit.

'De mens in opstand' kun je ook lezen als een lange, grote waarschuwing tegen te snel ja zeggen. Wie ja zegt ontwikkelt een plan, een blauwdruk, een utopie. Volgens Achterhuis kenmerken die utopieën de twintigste eeuw. En de revolutie moet de utopie dichterbij brengen, maar uiteindelijk leiden ze altijd tot een terugkeer naar de oude situatie. Met dit verschil dat er nu andere machthebbers zijn, die andere tegenstanders vermoorden.

Het is deze grens die ik bewonder in de mensen die de beurspleinen bezetten. Misschien is het vechten tegen de bierkaai. Maar het is wel een positief gevecht.


Meer lezen?
Albert Camus. De pest (1947)
Albert Camus. De mens in opstand (1951)
Hans Achterhuis. De erfenis van de utopie (1998)
Hans Achterhuis. De utopie van de vrije markt (2010)

dinsdag 18 oktober 2011

Een wereldbeeld van de Burger van stavast

Volgens de mensen achter de TrendRede 2012 heeft de Burger van stavast als motto


Hij of zij is 'de nieuwe autoriteit in een wereld zonder houvast. Hij (zij) spreekt zich uit, maar gebruikt geen grote waarden en belooft geen grootste daden.'

En ze 'vervangen het stoere "Ik zeg wat ik denk en ik doe wat ik zeg" door het nieuwe, zachtere adagium "Ik zeg wat ik hoop en ik doe wat ik kan".

Een prachtige vondst. Een parafrase op de uitspraak van Pim Fortuyn, bijna tien jaar geleden.

Wat drijft de Burger van stavast?
In de TrendRede wordt daar op in gegaan, maar kort. Blijkbaar vinden ze dat niet interessant genoeg of willen ze hun verhaal niet dichttimmeren. Om te voorkomen dat weinigen zich aangesproken voelen. Desalniettemin in dit artikel een poging enkele punten naar voren te halen die waarschijnlijk bij die burger van stavast horen. Ook om te begrijpen wat deze (opkomende) groep drijft en voor welke immense opgave zij staan.

Crisis, crisis, crisis
Alom. Continue. Weinig uitzicht dat het binnenkort over en voorbij is. En ze hebben met elkaar te maken. Het redden van de banken is niet voldoende. Noch besluiten om te overwegen om over enkele jaren een paar windmolens te gaan plaatsen.

Er zijn talloze schrijvers die aspecten van onze wereld proberen te 'pakken'. Een inmiddels bekende 'uitlegger' is de Franse sociaal geograaf Dominique Moïsi. Die in zijn boek De geopolitiek van emoties (ondertitel: hoe culturen van angst, vernedering en hoop de wereld veranderen) uit 2009 de wereld indeelt op basis van gevoelens, emoties. Niet die van afzonderlijke burgers maar van een samenleving als geheel. Tegen die opvatting is absoluut iets in te brengen, maar zijn analyse was in 2009 in grote lijnen correct. Aan het eind van 2011 is het beeld al ietwat gekanteld. Zijn centrale stelling is dat er drie soorten emoties zijn die op landen 'geplakt' kunnen worden. Er zijn een aantal landen die meerdere emoties kennen, maar de meesten zijn te kenschetsen als samenlevingen die beheerst worden door één gevoel: angst, hoop of vernedering.

Een lentegevoel in de koude winter van 2011
Emoties bepalen hoe landen functioneren, zich ontwikkelen. Volgens Moïsi werd de Arabische wereld beheerst door een gevoel van vernedering. Een gevoel dat leidt tot terrorisme en blijven hangen in een groots, mythisch verleden. Kortom een samenleving die met haar rug naar de toekomst staat gekeerd. In de winter van 2011 brak daar echter in sommige landen de Arabische lente aan. Hoe het uit zal pakken is onbekend maar een groot deel van de samenleving daar wil een andere kant op. Meer hoop en vertrouwen in de toekomst. Die emotie - hoop/optimisme/vertrouwen - is volop aanwezig in opkomende landen als China, Brazilië of India.

In het Westen heerst volgens Moïsi de angst. We zijn bang dat het de verkeerde kant opgaat, de verkeerde beslissingen worden genomen en onze kinderen het slechter zullen hebben of krijgen als wijzelf (hun ouders).

Lijdzamen en activisten
In de TrendRede 2012 worden drie groepen benoemd. Twee daarvan zijn in de ogen van de samenstellers elkaars tegenpolen. Beiden reageren op de alom aanwezige crisis (meervoud) vanuit een gevoel van angst. De lijdzamen zoeken vooral schuldigen voor de ontstane situatie. Zijn ook weinig bereid bij zichzelf te rade te gaan. Met een ouderwets woord kun je het monkelen noemen. De activisten zitten niet stil, maar hun raadgever is ook angst. Vanuit dat gevoel zetten ze zich in om bepaalde zaken te veranderen. Of te ageren. Maar, alweer volgens de TrendRede-club zijn beiden 'tevreden' met de huidige samenleving. Althans, ze willen dat die verandert; niet dat ze verdwijnt of dat er een andere zou moeten ontstaan.

De burgers van stavast hebben daar een andere kijk op. Dat hebben ze omdat ze zich breed oriënteren op hetgeen zich in de wereld afspeelt. Dat is een belangrijk kenmerk van deze groep. Ze weten wat er speelt. Realiseren zich dat de materie complex is, meerdere kanten heeft waardoor er geen 'simpele' oplossingen zijn. En nemen op basis van die informatie een beslissing dat 'het' anders moet. Dat onze bestaande samenleving op een bepaalde manier aan haar eind is gekomen.

Het einde van de wereld as we know it
Burgers van stavast zijn grosso modo op een bepaalde manier tot deze conclusie gekomen. Ze weten dat sommige grondstoffen in rap tempo schaars aan het worden zijn. Dat de wereldbevolking almaar blijft doorgroeien. En dat in die voormalige derde wereldlanden een economische dynamiek en levensstijl op gang is gekomen die sterk lijkt op 'onze' manier van samenleven in het Westen. Een samenleving die een té groot beslag legt op de capaciteiten van de aarde. Mondiale voetafdruk is een benaming om dit te pakken. Ook worden fossiele grondstoffen schaarser, dus duurder. Weten als geen dat alternatieve manieren om onze fossiele energie-verslaving te verlengen nadelen heeft (denk aan schaliegaswinning of biobrandstoffen). Burgers van stavast hebben door dat ons economisch model met altijd de noodzaak om economisch te groeien (3 procent of meer per jaar) niet langer houdbaar is. Ze hebben ook op een bepaalde manier door dat geluk iets anders is als veel bezitten, rijk zijn, nog rijker worden. Geluk heeft meer te maken met op een 'goede' manier samenleven met anderen.

The days of wine and roses
In 1982 verscheen de eerste LP van The Dream syndicate. Een groep rondom Steve Wynn. In het titelnummer zit in het refrein de uitroep

I'm just trying to remember the days of wine and roses.

Die zin zal de komende jaren door velen worden geslaakt.

Ons feestje loopt af
Ons feestje, dat feitelijk al dertig (veertig, vijftig?) jaar aan de gang is, loopt op zijn einde. In onze contreien. Helaas, maar het is niet anders. De grote vraag is echter of wij dat ook als zodanig moeten ervaren. Beschouwen. Iedereen die al enige tijd meeloopt weet uit eigen ervaring dat we in de jaren zeventig, tachtig of negentig het gros van de tijd ook gewoon gelukkig waren. Net zo goed als nu. Niet altijd, maar voor de meesten van ons deed al die welvaart die er langzaamaan door de jaren, decennia is bij gekomen niet zo veel toe. Iedereen werd in verhouding welvarender. De Engelse econoom Richard Layard schreef daarover al in 2005 een interessant boek: Waarom zijn we niet gelukkig?

Je moet je leven veranderen
Onder die titel verscheen in het voorjaar de Duitse vertaling van het boek Du musst dein Leben ändern. Van de Duitse filosoof Peter Sloterdijk. Nadrukkelijk aanwezig is het woordje JIJ of DU. Familiair wordt je door deze beroemde man toegesproken. Die titel zegt feitelijk alles. De inhoud is voor de meeste stervelingen niet weggelegd. Te dik, en te moeilijk. In talloze interview kun je als goedwillende burger nalezen wat hij wil dat wij gaan doen. Ons leven dusdanig veranderen waardoor we een nieuwe samenleving realiseren, waarin de problemen van de huidige als het ware worden overwonnen. Du musst dein Leben ändern werd al in 2009 uitgebracht. In een interview in Vrij Nederland zegt Sloterdijk in juni 2009 het volgende:

Alleen het individu kan het verschil maken
Vraag van Anna Luyten: U schrijft in uw boek: ‘De enige autoriteit die vandaag de dag nog zegt: “Je moet je leven veranderen,” is de mondiale crisis.’
Sloterdijk: ‘Ik ga er van uit dat we leven in een cultuur die anti-autoritair is. Daarom kan er nu geen autoriteit meer zijn die van buitenaf op de mensen inwerkt. Er is nog maar één mogelijke autoriteit: de autoriteit die uit het aan het wankelen gebrachte individu komt. De mondiale crisis destabiliseert de mensen. Ze is een autoriteit omdat ze zich op iets onvoorstelbaars beroept, iets waarvan ze een voorbode is: de mondiale catastrofe. Ze voldoet aan de definitie: “Een instantie die de kracht heeft een geloofwaardig commando te geven.”

Angst overschreeuwt de werkelijkheid
Vraag: Is het niet eerder de angst die de scepter zwaait?
‘Angst is een emotioneel bijverschijnsel. In evolutionair, psychologisch en antropologisch opzicht is angst ook een stem van de werkelijkheid, terwijl we nu al lang leven in een situatie waarin de stem van de werkelijkheid overschreeuwd wordt door de stem van het neurotische. Dat is typisch voor hogere beschavingen.’

Of het ons nu bevalt of niet
Vraag: U noemt de crisis de stem van de werkelijkheid.
‘De mondiale crisis dicteert ons onze levenswandel. We moeten ons leven daadwerkelijk veranderen, nieuwe levensvormen ontwikkelen, deelnemen aan ecologische en economische zelfhulpprogramma’s. We kunnen niet anders dan “doen”. Of het ons nu bevalt of niet, dat speelt geen rol meer.’

Escape from escapism
Vraag: Dwingt die stem van het werkelijke ons ook in een richting van een nieuwe pragmatiek?
‘Op de werkelijkheid antwoorden mensen altijd met pragmatische veranderingen. Dat wil zeggen: veranderingen in verhoudingen. Het volstaat niet meer alleen een mentale of een imaginaire verandering te willen. Wij leven niet meer in de cinema! Dat is nieuw. Sinds het einde van de Kou­de Oor­log zijn we niet meer uit de cinema geraakt. Daardoor kon de stem van de werkelijkheid niet meer tot ons doordringen. We zaten ondergedoken in een absolute frivoliteitscultuur. Het typische van frivoliteit is dat mensen kiezen voor levensvormen waarvan ze weten dat ze niet kunnen blijven duren. Het begrip duurzaamheid past niet in de frivoliteitscultuur. Escapisme is het wezen van de mens, maar mensen accepteren daarmee een corrupte ethiek. Mijn oproep luidt: “Escape from escapism.” Het klinkt wat Hegeliaans, maar het is in wezen niets anders dan de oproep van Nietzsche aan zijn vrienden: “Blijf de aarde trouw.”’

Voorzag Sloterdijk de burger van stavast?
De uitspraken van Sloterdijk uit bovenstaand interview en zijn oproep in zijn boek verwijzen op een bepaalde manier vooruit naar die burger van stavast. Die op een bepaalde manier doorziet dat onze Westerse samenleving vergeven is van frivole 'dingen'. Waaraan je moeilijk kunt ontsnappen. Die burger begrijpt de prachtige beeldspraak 'escape from escapism. We leven in een maatschappij waarin we overal 'leuk' bezig zijn. Feitelijk is het 'soma' uit Aldous Huxley's Brave new world alom aanwezig. Een 'leuke' wereld waaraan moeilijk valt te ontkomen. Maar de burger van stavast begrijpt dat onze crises moet leiden tot aanpassing van het huidige model.
In het interview wordt de burger van stavast als volgt door Sloterdijk aangekondigd:

Ik zeg u: de crisis zal een nieuwe elite tot stand brengen
Vraag: Klinkt de stem van de crisis tot iedereen op dezelfde toon?
‘Nee. Het is hetzelfde licht van de werkelijkheid dat over de wereld wordt uitgegoten, maar het wordt door iedereen anders en individueel beleefd. Ik zeg u: de crisis zal een nieuwe elite tot stand brengen. We staan werkelijk aan het begin van een nieuwe missie.’


We leven in een palliatief stadium
Vraag: En wat voor nieuwe elite is dat dan?
‘Die elite bestaat uit die mensen die gehoor geven aan de stem van de crisis. Ik geloof dat er een reeks milieuorganisaties is die tot de nieuwe elite behoren, die deze stem van de werkelijkheid nog beter en duidelijker horen. En er ook intensiever gehoor aan geven dan de meeste anderen. Het consumptiesysteem heeft nauwelijks gereageerd. We leven vandaag de dag in een palliatief stadium. Mensen zijn bereid alle uiterlijkheden te wijzigen, zolang ze het systeem maar niet hoeven te veranderen.’

Hangen grote veranderingen in de lucht?
Burgers van stavast herkennen zich op de een of andere manier in de gedachtes van Dominique Moïsi, Richard Layard en Peter Sloterdijk. En er zijn talloze anderen, die een zelfde 'boodschap' brengen. Daarnaast zien ze in hun eigen omgeving dat er iets wringt. Dat niet langer alles correct (meer) loopt. Ervaren concrete voorbeelden van zaken die die denkers in een tamelijk abstracte vorm poneren.

Burgers van stavast zullen vervolgens - is de aanname van de TrendRede-boys en girls - proberen om in hun eigen omgeving 'iets' ten goede te veranderen. Kleine dingetjes in gezin, buurt, familie, werk, gemeenschap. Zich maar al te goed realiserend dat ze doen wat ze kunnen. En ze doen het omdat anderen - en met name de 'instituties' - het niet (of te laat, of verkeerd) doen. En door te handelen vormen ze de (ongewilde, onbedoelde) nieuwe elite die Peter Sloterdijk al in 2009 zag opkomen.

Maar wel een elite die niet te koop zal lopen met haar 'daden'. Die zich hoogstwaarschijnlijk ook niet zal aansluiten bij de amorfe groep van de 'occupiers'; alhoewel ze wel aanvoelen waar de woede vandaan komt. Maar ze hoeven 'niet zo nodig' op de voorgrond te treden.

maandag 10 oktober 2011

Burgers van stavast na de mislukte lente

Seizoenen van de tijdgeest
In 2009 verscheen van psycholoog en communicatie-adviseur Tom Kniesmeijer Seizoenen van de tijdgeest : herkenbare patronen in heden, verleden én toekomst van Nederland. Daarin poneert hij zijn stelling dat om de vijf tot zeven jaren veranderingen in de 'tijdgeest' optreden. Deze periodes vergelijkt hij met de vier seizoenen. En de tijdgeest van deze periodes heeft raakvlakken met de trend van deze seizoenen. Grofweg gezegd is men in een lente-tijdperk optimistisch gestemd; en in de herfst somberder.

Open deuren
Zeker. Natuurlijk. Maar Tom Kniesmeijer laat in zijn beschrijving van de periode ná de Tweede Wereldoorlog zien dat 'the sixties' zich bijvoorbeeld in een lentetijd voordeden. En de moord op Fortuyn en Van Gogh in een herfstachtige periode.
In zijn boek deed hij de voorspelling dat we in Nederland (en een deel van het Westen) aan de vooravond zouden staan van een lenteperiode.

Uitnodiging
In het seizoen 2010-2011 opende Tom Kniesmeijer op verzoek van BasisBibliotheek Maasland de reeks lezingen Tijd voor een nieuwe lente. In dat seizoen spraken uiteenlopende personen zich uit over dit onderwerp. Tom nam de uitdaging aan en gaf in zijn lezing op zondag 17 oktober 2010 aan dat hij (al) signalen van die nieuwe lente zag. Dapper, want feitelijk waren het nog maar hele kleine signalen. De tijdgeest bleef feitelijk in de maanden daarna nog hangen in een winterperiode. Sterker, de winter roerde zijn staart. En niet maart, want het voorjaar was qua weer wel prachtig. Bijna zomers.

TrendRede
Sinds de verschijning van Seizoenen van de tijdgeest en zijn optreden in Oss volgen we Tom Kniesmeijer 'een beetje'. Derhalve waren we bijna 'live' getuige van een initiatief dat hij met geestverwanten in het voorjaar van 2010 had opgestart: De Trendrede.

Het idee is dat jaarlijks een aantal mensen die zich bezighouden met 'de tijdgeest' een analyse geven van de tijd waarin we leven en welke trends zich daarin aftekenen. Trends die in het komend jaar langzaamaan boven zouden kunnen komen drijven. De deelnemers adviseren elk op hun eigen manier klanten over de toekomst. Trendwatchers is een woord om ze kenschetsen. Kijkers in de glazen bol. Maar niet zomaar. Allen zijn op een bepaalde manier verbonden aan organisaties en instellingen die niet zomaar bij hen te rade gaan. Het is dus iets anders als mijn buurvrouw die ook een mening heeft over de toekomst. Uiteraard doen zij (net zo goed) aan koffiedik kijken. De toekomst laat zich per definitie niet voorspellen, maar een trendverwachting uitspreken is natuurlijk wél mogelijk. En dan het risico lopen dat bijvoorbeeld de lente (nog) niet aanbreekt.

TrendRede 2012
De eerste Trendrede kwam té laat. Werd pas in november uitgesproken en gepubliceerd. De TrendRede is natuurlijk een alternatief naast de Troonrede. Van de derde dinsdag in september. In 2011, de tweede, lukte het wel. Maar daarover later. In de eerste TrendRede onderscheiden ze twee soorten burgers. In een land tussen hoop en wanhoop. Terecht. Op dat moment was er (ook al) veel gedoe rondom de financiële crisis. En speelden op de achtergrond zaken als het al dan niet veranderende klimaat, opraken van sommige grondstoffen, duurder wordende energie, de globalisering, de (on)zekerheid van onze pensioenen en immigratieperikelen.

Toch verwachtten zij dat de groep die hoopvol gestemd is in de loop van 2010 groter zou worden. Tegen de keer in. Het negativisme, zondebokken benoemen en met een pessimistische blik vooruit kijken achter zich laten.

Die voorspelling is niet uitgekomen. Tenminste. Niet in het Nederland en de rest van het 'welvarende' Westen. De lente begon ergens anders. Volstrekt onverwacht. In Noord-Afrika: Tunesië, Egypte, Senegal, Libië. De jeugd daar nam het niet langer. Een dictatuur zonder veel hoop en kansen voor de gemiddelde jongere.

Waar was je op 9/11?
Onlangs was dit een veelgestelde vraag. Waar was je die dinsdag in september 2001. Velen waren aan het werk, op school en meestal niet thuis. Iemand maakte je attent op het feit dat er iets op tv was. "Zet hem aan!" En met een beetje 'geluk' maakte je (nog) een deel van het drama live mee.

Als volger van de tweets van Tom Kniesmeijer wist je al geruime tijd dat de Tweede Trendrede er aan zat te komen. Toch duurde het nog twee dagen voordat je die TrendRede op internet aanklikte en ouderwets uitprintte. Tijdens de middagpauze er even doorheen wapperen en verhip je las daar iets waarvan je later kunt aangeven waar je was toen je het las. De (drie) dames en (acht) heren hadden weer een prachtig verhaal in elkaar gestoken. Kort en krachtig. Met mooie voorbeelden. En vooral - dat was het aha-moment - een prachtige beeldspraak. Tien jaar ná 9/11.

Enter De burger van stavast
De trendwatchers wisten natuurlijk als geen ander dat ze een jaar eerder twee soorten burgers hadden benoemd: optimisten én pessimisten. En ze wisten ook dat die lentesignalen overal zichtbaar waren behalve in Nederland, grote delen van Europa en de Verenigde Staten van Amerika. Maar ja, het zijn wel mensen die ondanks alles niet twijfelen aan hun eigen inzicht. De notie dat er na (zo'n) winter een lente móet ontstaan. Dus kwamen ze tot de conclusie dat hun analyse dat er twee soorten mensen zijn bijstelling behoefde.

In de TrendRede 2012 benoemen ze drie groepen: lijdzamen, activisten en burgers van stavast. De lijdzamen zijn de oude vertrouwde pessimisten uit de eerste TrendRede; de activisten zou je zo op het eerste gezicht de optimisten van een jaar eerder kunnen noemen.

Maar, en dat is een zeer scherpzinnige observatie, lijdzamen en activisten zijn beiden spiegels van dezelfde medaille. Zijn niet tevreden met de huidige tijd(geest). De een zwelgt in wegkijken, mopperen, anderen de schuld geven, nooit de balk in de eigen ogen willen zien. Activisten zetten zich her en der actief in om tegenstand te beiden, maar ze maken 'evengoed' deel uit van het huidige samenlevingsmodel.



De burger van stavast is een nieuwe groep. Is nog klein, maar zal naar verwachting (gaan) groeien. Een kenmerk van deze groep is dat ze op een bepaalde manier optimistisch gestemd zijn. De toekomst zou mooi kunnen worden of zijn. Helaas leven we in een tijd(geest) waarin we geen heil hoeven te verwachten van 'boven ons gestelden'. Denk aan dé regering, hét parlement, dé politieke partijen, mijn gemeente, mijn werkgever, mijn pensioenfonds, mijn buurt, mijn familie enzovoorts. Dus als ik wil dat de toekomst beter wordt dan zal ik zelf aan de bak moeten. Tegen beter weten in proberen her en der iets positiefs te veranderen. De burger van stavast staat dus voor verandering om het vastgelopen systeem op een beperkte manier weer te laten lopen. Kenmerk is wel dat die burger van stavast dat vooral in zijn of haar omgeving zal doen: gezin, familie, buurt, werk, club. En de burger van stavast realiseert zich als geen ander dat het tegen kan vallen maar dat het beter is 'iets' te doen. Mokken helpt niet noch je aansluiten bij bewegingen die tegen (figuurlijk gesproken) windmolens verzetten.

Een nieuw weblog
De analyse van de TrendRede-boys en girls kan natuurlijk verkeerd zijn. Bestaat de burger van stavast niet. Blijft het bij een kleine kerm. Maar toch zijn er (nu al) al sinds medio september enkele overduidelijke signalen zichtbaar. Mannen en vrouwen van stavast staan op. Op de meest onverwachte plekken. Op dit weblog zullen we een poging doen hen naar voren te halen en in verband te brengen met informatiebronnen waarin een en ander geduid wordt. Boeken, artikelen in kranten en tijdschriften, radio- en tv-programma's, weblogs, tweets. You name it. Als het klopt - van die burgers van stavast - dan komt er een tsunami op ons af. Of we het als samenleving nu leuk of niet vinden.


Bewonderen
Binnen de Openbare Bibliotheken in Nederland wordt een discussie gevoerd over hun maatschappelijke rol in een tijd van ontlezing, digitalisering en afkalvend onderwijsniveau. Grosso modo zijn er twee uitersten. De ene visie tendeert er naar om diensten en producten aan te bieden waar de leden en andere bezoekers naar vragen. De andere probeert om een evenwichtig aanbod neer te zetten waarin mensen verleid worden (ook) kennis te nemen van zaken die men (nog) niet of onvoldoende kent of heeft leren kennen. Je kunt het heel ouderwets ook volksverheffing noemen. BasisBibliotheek Maasland tendeert naar de laatste opvatting en doet van alles om relevante onderwerpen en 'titels' op een 'leuke' manier naar voren te halen. Een van de vehikels van de laatste acht jaren is een reeks lezingen op de derde zondag van de maand. Vooraanstaande sprekers spreken zich op verzoek van ons uit over een bepaald maatschappelijk relevant onderwerp. Een onderwerp waarover de meningen (nog)verdeeld zijn. Dit seizoen is het thema Who's in control? Die vraag - wie is er nu eigenlijk de baas in een samenleving, of zou de baas moeten zijn, moet er wel iemand de baas zijn? - raakt natuurlijk aan hetgeen in de TrendeRede 2012 is aangestipt. Die burger van stavast.

Zo'n thema kan alleen tot stand komen als je op zeker moment als consument van informatie verwonderd opmerkt dat iemand een trefzekere analyse van een verschijnsel maakt; het goed kan verwoorden. Dat was, moge inmiddels duidelijk zijn, het geval toen die burger van stavast terloops onze tijdgeest werd binnen geloodst. Waarvoor dank. En acte.